Expositie ‘Kan’t Anders’, de mooiste gaten tussen de draden
Vrijdag 27 februari opent Lia Pater in het Cultuurhuis de expositie van haar kantklos-creaties die zij in de loop van de achterliggende decennia heeft vervaardigd. Ook is werk te zien van Chantal Beuwer en Fifine Eek, relatief jonge mensen van wie wordt gehoopt dat zij het kantklossen verder voor het voetlicht willen brengen. Dat is hard nodig, want het kantklossen is in ons land een ‘tanend’ ambacht zoals Pater dit duidt. De tentoonstelling is te zien tot en met 3 april.
De vroegste vormen van kantklossen dateren volgens historici van rond 1400 in Italië, waarna deze techniek zijn weg vond naar Vlaamse steden als Brugge, steden die wereldberoemd werden om hun fijne kloskant. Vanaf de achttiende eeuw werd het ambacht ook in ons land steeds belangrijker, waar het vaak door vrouwen en meisjes als bijverdienste werd beoefend. Het belang van kant en kantklossen was destijds vooral gelegen in het feit de kleding van de elite ermee werd verfraaid. Anno nu is kantklossen in ons land vooral een hobby van een steeds kleiner wordende groep mensen. Zonder de overdracht van kennis aan jongere generaties lijkt het een kwestie van tijd tot het moment waarop over kantklossen in ons land alleen nog in geschiedenisboeken te lezen en in musea te zien is.
Draden als rode draad door het leven
Lia Pater uit Woudenberg is nog een van de weinigen voor wie het kantklossen geen geheimen in zich heeft. ,,Als jong meisje was ik best een beetje onwillig’, zegt zij. Tegen de wens van het hoofd van de basisschool in, wilde ik persé niet naar de mavo. Huiswerk maken, boeken lezen, dat wilde ik niet. Maar ook wist ik niet wat ik wel wilde. Op aandringen van mijn moeder heb ik na de huishoudschool op het Julianaplein hier in Woudenberg in Amersfoort de mbo-opleiding ‘Kostuumnaaien’ gevolgd. Hier leerde ik patroontekenen, naaien, ontwerpen, kantklossen, stof versieren en meer. Mijn scriptie maakte ik daar over Nederlandse kledingdrachten. Mijn verbondenheid met draden is altijd gebleven, al is dat vooral hobbymatig geweest. De draden waar ik mee werk, zijn in de loop van de tijd steeds fijner geworden. Die fijnheid van draden is bijvoorbeeld bij het restaureren van klederdrachtmutsen heel belangrijk. Zo’n restauratie is een heel proces van onderdelen die eventueel vervangen moeten worden, uit elkaar halen van de muts, wassen, stijven, plooien, strijken en weer in elkaar zetten. Bij de verschillende klederdrachten die in ons land voorkomen, worden heel verschillende technieken gebruikt om mutsen te maken. Met mijn moeder, die ook veel met textiel deed, ging ik veel naar musea om te zien welke techniek bij het maken van mutsen werd gebruikt. Van Noord – Holland en Friesland tot Noord – Brabant, overal in het land hebben wij cursussen gevolgd. Iedere streek heeft weer zijn eigen muts. Nu probeer ik qua verfijning van draden waar ik mee werk, naar de ‘finishing touch’ in mijn leven te gaan. Je wordt ouder, je ziet slechter en je wordt milder.”
Hoogtepunt
Voor Pater is kantklossen altijd een hobby gebleven. ,,Ik werk nooit in opdracht. Ik doe het omdat ik het leuk vind en intrinsiek gemotiveerd ben. Iets verkopen doe ik hooguit als iets klaar is en iemand er helemaal weg van is. Dan kán het zijn dat ik overweeg om iets te verkopen. Ik maak niets op bestelling en zeker niet onder druk. Dat ga ik niet doen. Met deze tentoonstelling wil ik laten zien dat de schoonheid van een patroon niet zit in de draden zelf, maar in ‘de mooiste gaten tussen de draden’. Daarom is het mogen exposeren van mijn kantkloswerken echt een hoogtepunt.”
Woensdagmiddag 11 maart zijn ]pater en enkele collega-kantklossters in het Cultuurhuis om bezoekers kennis te laten maken met het ambacht. Zij hopen dat nieuwe liefhebbers ontdekken hoeveel plezier kantklossen kan geven.
Hans Groot
De Woudenberger 24 februari 2026
Pagina drie, lokaal nieuws

